






't Mexicaantje op bezoek...fase 1B, toenemende epidemische/pandemische situatie
Op 26 april gaf interministerieel commissaris
Marc Van Ranst aan dat er nog geen maatregelen genomen worden maar dat waakzaamheid geboden is. "We zullen de situatie op de voet volgen en ingrijpen indien nodig", aldus Van Ranst.[63] Op Brussels Airport werden informatiebrochures uitgedeeld met informatie over de varkensgriep.[64]Op 27 april werd het reisadvies van
Buitenlandse Zaken aangepast tot "Niet-essentiële reizen worden afgeraden."[65] Op die manier konden mensen die een reis naar Mexico gepland hebben, deze kosteloos annuleren.Op
2 mei maakte de overheid bekend een optie te nemen op 20.000.000 doses vaccin. Dat komt op twee doses per inwoner, alles samen zal dit 150.000.000 euro kosten. De wedren van de farmaceutische bedrijven om een werkend vaccin te ontwikkelen is begonnen, echte resultaten kunnen een paar weken tot een paar maanden op zich laten wachten.Op
13 mei werd een eerste geval van een besmet persoon bekend gemaakt, een 28-jarige man uit de omgeving van Gent. Hij werd in quarantaine geplaatst in het Brusselse Sint-Pietersziekenhuis. Hij had milde symptomen en zijn toestand was niet bepaald zorgwekkend.[66] Een dag later werd er een tweede geval vastgesteld bij een persoon uit Antwerpen die een reis naar de Verenigde Staten gemaakt had.[67] Nog een dag later werd bekendgemaakt dat twee vrienden van de persoon uit Antwerpen ook besmet waren. Op 30 mei waren er twaalf gevallen van de griep geïdentificeerd in België.[68] Begin juni 2009 kwamen er nog twee gevallen bij.Op 13 juni werden nog drie gevallen vastgesteld: een airhostess van Jetairfly, een vrouw uit Oost-Vlaanderen die kwam van New York en een Canadese vrouw die op doorreis was van Toronto naar New Delhi. Op 18 en 19 juni kwamen er vier respectievelijk twee gevallen bij. Er werden meldpunten aangesteld die ook zullen gebruikt worden als de praktijken van de dokters zouden vol lopen. Maar dit is alleen nog maar preventie.
Op 11 juli kwamen er nog eens acht gevallen bij. Twee personen waren het weekend ervoor ook aanwezig op Rock Werchter. Twee andere personen kwamen uit het buitenland en de laatste vier kwamen van een taalkamp uit Luik. Op dezelfde datum raakte ook bekend dat de griepcommissie bij een ernstige uitbraak van Mexicaanse griep het "verkiezingssysteem" wil hanteren. Belgische burgers zouden op een zondag verplicht naar een lokaal in de buurt moeten (bijvoorbeeld de stemlokalen waar verkiezingen plaatsvinden) om gevaccineerd te worden.
Op 12 juli kwamen er nog eens 14 gevallen bij. Vijf van die personen kwamen onlangs terug van uit het buitenland. Drie andere personen waren aanwezig op Rock Werchter. Nog twee gevallen waren ook van het taalkamp in de streek van Luik. Het ging om een Italiaanse en Spaanse student. De laatste vier gevallen waren niet naar het buitenland geweest en men onderzoekt momenteel hoe zij de ziekte opgelopen hebben.
Op 13 juli werden er nog eens 15 nieuwe gevallen geregistreerd. Acht personen waren aanwezig op het taalkamp in Luik. Het gaat om vijf Belgische, twee Spaanse en een Russische studente. Drie personen kwamen onlangs terug uit het buitenland. De laatste vier personen kwamen niet terug uit het buitenland maar één van hen had wel contact met een van de andere al reeds besmette personen, voor de andere drie personen wordt nog onderzocht hoe ze de ziekte kregen. Tussen 13 mei en 13 juli werden in totaal 126 gevallen geregistreerd.
Vanaf 14 juli werden er nieuwe maatregelen getroffen om de ziekte te bestrijden. De eerste patiënten werden in het ziekenhuis behandeld. Aangezien de ziekte in veel gevallen niet ernstiger is dan een seizoensgriep werden latere patiënten thuis geïsoleerd. Nauwe contacten werden opgespoord, eveneens geïsoleerd en behandeld met antivirale middelen om verdere verspreiding te voorkomen. Door toename van het aantal patiënten werd dit onmogelijk.
Nauwe contacten worden sinds 14 juli niet meer opgespoord en krijgen geen antivirale middelen meer. Ook het aantal besmettingen per dag wordt niet meer geteld. Enkel ernstig zieke patienten en mensen uit risicogroepen (65-plussers, jonge kinderen, diabetespatienten) worden behandeld, eventueel in een ziekenhuis. Patiënten met milde symptomen moeten gewoon uitzieken. Ook zullen virusremmers en mondmaskers via het leger naar alle provincies en gemeenten gestuurd worden, die dan zelf kunnen beslissen wat ze er mee doen. Deze middelen zijn enkel bedoeld voor de patiënten. Volgens de griepscommissaris Dokter Professor Van Ranst is de ziekte niet meer in te dijken en moet er dus van aanpak veranderd worden. Algemene maatregelen zijn geen
hand geven bij begroeting, regelmatig de handen wassen en wegwerpzakdoeken gebruiken aangezien het virus zich het snelst verspreidt via de handen. Verder moeten zieke mensen contact met anderen vermijden en hun huisarts raadplegen. Men bestelde 12 miljoen vaccins tegen de H1N1-griep.
Hoe het begon:
De Mexicaanse griep is een
grieppandemie van een nieuwe stam van het H1N1-varkensgriepvirus, die zijn oorsprong heeft in Mexico in maart 2009. Er worden ook enkele andere namen gehanteerd, waaronder (nieuwe) influenza A (H1N1)[1][2] en (vooral in de eerste dagen na de uitbraak) varkensgriep[3].De uitbraak van het virus begon in
Mexico en breidde zich in april uit naar de Verenigde Staten en al snel ook naar andere landen. Op 11 juni verklaarde de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) dat de uitbraak van de Influenza A (H1N1) een pandemie is.[4] Op 16 juli meldde de WHO dat het aantal Mexicaansegriepgevallen inmiddels niet meer te tellen was.[5] Volgens cijfers van het Europees Centrum voor ziektepreventie en –bestrijding zijn er op 17 juli meer dan 130.000 besmettingen en 702 doden als gevolg van het virus vastgesteld.[6] In alle werelddelen is inmiddels bij mensen Mexicaanse griep vastgesteld en zijn er doden gevallen als gevolg van het virus.In veel gevallen verloopt de infectie vrij mild en veel patiënten melden zich daarom niet. Precieze cijfers over de sterftekans aan deze griep zijn dan ook niet bekend, maar de
mortaliteit wordt geschat op 0,45%.[7] Bij de 'gewone' seizoensgriep ligt dit percentage tussen de 0,03 en de 0,25%.[8] De Wereldgezondheidsorganisatie is bezorgd, omdat bij eerdere pandemieën is gebleken dat de agressiviteit van griepvirussen kan veranderen.[9] Hierdoor zou de sterftekans kunnen toenemen.



Bron: wikipedia 2009 / Federale overheid/Influenzacentrum
EBOLA




|
De ziekte is betrekkelijk nieuw, de herkomst
onduidelijk en de medische wereld kan vooralsnog weining
uitrichten tegen de dodelijke infectie. Ebola werd voor het
eerst ontdekt toen in 1976 een onbekende, zeer besmettelijke en
dodelijke ziekte huishield in de binnenlanden van Zaïre
(tegenwoordig de Democratische Republiek Congo), in het
stroomgebied van de rivier de Ebola. Onderzoek wees op een
onbekend 'filovirus', een langwerpig virus.
Latere uitbraken van ebola maakten duidelijk dat er meerdere versies van dit filovirus bestaan. Genoemd naar de plaatsen van uitbraak, kennen we nu ebola Zaïre, ebola Soedan, ebola Reston (naar een onderzoeksinstituut in de VS), en ebola Tai (naar een woud in Ivoorkust). Een vijfde type filovirus, het zogenaamde Marburg-virus, lijkt sterk op ebola, maar is het niet. Niet alle ebola-soorten zijn even dodelijk of even besmettelijk. Ebola komt alleen in Afrika voor. Wetenschappers hebben onderzoek gedaan onder duizenden diersoorten, maar konden de originele drager van het virus tot op heden niet ontdekken.
Hoe herken je ebola?
Ebola begint vaak met koorts en spierpijn.
Afhankelijk van de soort ebola doet zich verder een scala aan
symptomen voor, zoals ademhalingsproblemen, keelpijn, ernstige
hoofdpijn, en interne bloedingen. In een vergevorderd stadium
kan de zieke buiten zichzelf raken; de interne bloedingen
stollen niet meer, en uit elke lichaamsholte vloeit bloed.
Besmetting vindt plaats door contact met bloed of de
lichaamssappen van een patiënt, dus met urine, transpiratie,
braaksel, sperma, e.d.. De incubatietijd van ebola varieert van
2 tot 21 dagen.
Voorkomen en genezen
Bij elke nieuwe uitbraak van de zeer
besmettelijke ziekte komt de wetenschap steeds meer te weten
over ebola, over manieren om een epidemie in te dammen, en zelfs
over manieren om patiënten beter te behandelen. Ruim twintig
jaar na de eerste uitbraak weten dokters en verplegend personeel
al veel beter hoe zij met ebola moeten omgaan, en hoe de
ebola-patiënten zodanig geïsoleerd kunnen worden dat de ziekte
zich niet verder verspreidt. De ervaring leert verder dat
tijdens een uitbraak het actief opsporen van mogelijke
ebola-patiënten onder de bevolking van cruciaal belang is voor
het indammen van de epidemie. Er bestaat geen vaccin en geen
geneesmiddel tegen ebola, en de meeste mensen die de ziekte
oplopen zullen er aan overlijden.Toch blijkt bij iedere uitbraak een klein deel van de patiënten te overleven. Over factoren die helpen bij een eventueel herstel is nog erg veel onduidelijk. Bij de uitbraak van ebola in Oeganda in 2000 bleek dat patiënten die vanaf een vroeg stadium worden behandeld, en die meteen intensief vocht toegedient krijgen, betere overlevingskansen hebben.
Wat doet Artsen zonder Grenzen?
Bij de meeste uitbraken van ebola in de afgelopen
jaren is Artsen zonder
Grenzen in actie gekomen. Waar de reguliere gezondheidszorg
in Afrika onder normale omstandigheden vaak al gebrek aan
middelen en mankracht heeft, is dit zeker het geval ten tijde
van een epidemie. Door medicijnen, materialen en mensen te
sturen, draagt Artsen zonder Grenzen bij tot het vergroten van
de overlevingskansen van besmette patiënten en tot het indammen
en tot een einde brengen van de dodelijke epidemie. Artsen zonder Grenzen heeft veel ervaring gekregen in het opzetten en onderhouden van isoleer-afdelingen waar (vermoede) ebola-patiënten worden ondergebracht. Het behandelen van deze zieken door artsen en verplegend personeel vereist speciale beschermende werkkleding en een bijzondere oplettendheid met betrekking tot hergebruik van medische materialen, afvalverwerking, en het begraven van de overleden patiënten. Het betrokken ziekenhuispersoneel krijgt hiervoor een speciale training. Daarnaast is het belangrijk dat de bevolking van het gebied waar de epidemie heerst, goed worden voorgelicht. Epidemieën zijn vaak kortdurend en variërend in hevigheid. In de afgelopen jaren heeft AZG interventies ondersteund in DRC, Uganda en Congo Brazaville Bron: Artsen Zonder Grenzen |


H5N1, een mogelijke dreiging of niet ?




Een wereldwijde uitbraak van de vogelgriep onder mensen zou
de wereldeconomie tot 2 biljoen dollar kunnen kosten. Dit
zei een hoge functionaris van de Wereldbank zondag in
Singapore, waarmee hij eerdere schattingen sterk omhoog
bracht.
Risico even groot
Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het risico
op een pandemie van een menselijke variant van het
H5N1-virus nog net zo groot als een half jaar geleden, ook
al is de media-aandacht voor het onderwerp verslapt.
Reële dreiging
De vice-president voor Oost-Azië en het Pacifische gebied
van de Wereldbank zei zondag dat een grootschalige epidemie
3 procent van het wereldwijde bruto nationaal product zou
kosten. "We schatten dat dit zeker 1 biljoen dollar en in
het ergste geval mogelijk 2 biljoen dollar kan kosten. De
dreiging, de economische dreiging, blijft reeël en
substantieel”, aldus Jim Adams. ( bron HLN sept. 2006)
Brit opgegraven voor griepstudie
Het lichaam
van de Britse aristocraat en
politicus Sir Mark Sykes
(1879-1919) is kort geleden
opgegraven. De Brit overleed
bijna negentig jaar geleden op
39-jarige leeftijd aan de
Spaanse Griep en werd
begraven in een loden kist.
Wetenschappers vermoeden dat in
de kist een schat aan
DNA-informatie te vinden is die
meer kan vertellen over
dodelijke griepsoorten.
Het heeft lang geduurd voor de
wetenschappers van instellingen
en nabestaanden toestemming
kregen voor de opgraving. Het
stoffelijk overschot van Sir
Mark Sykes kon nu dan echter
worden opgegraven. Zijn resten
bevinden zich momenteel in een
soort luchtdicht laboratorium
zodat een nieuwe Spaanse
griepepidemie wordt uitgesloten.
Vogelgriep
De Spaanse Griep kostte tussen
1918 en 1919 naar schatting 20
tot 100 miljoen mensen het
leven. In 1918 zijn veel
Europeanen aanvankelijk blij dat
de Eerste Wereldoorlog is
afgelopen. De griepepidemie
blijkt echter een nieuwe grote
vijand. De griep heerste niet
alleen in Spanje. In dat land
werd in de media echter voor het
eerst groot alarm geslagen
waarna de griepepidemie bekend
werd onder de naam 'Spaanse
griep'. Ook Sykes overleed dus
aan de griepepidemie.
Sir Mark Sykes was een rijke
aristocraat, grootgrondbezitter
en diplomaat die een belangrijke
rol speelde bij de opdeling van
het Ottomaanse Rijk. Met behulp
van de DNA-materiaal dat zich
vermoedelijk in de kist van
Sykes bevindt, hopen
wetenschappers een vaccin tegen
de Spaanse Griep, die dezelfde
ziektesymptomen heeft als de
vogelgriep, te kunnen maken.
Bron: Historiek.net september 2008
Links naar info-site H5N1



Clostridium difficile ( type 027), een grote (be)dreiging voor de ziekenhuizen ?
| Clostridium difficile is
een gram-positieve anaërobe sporenvormende bacil en is de belangrijkste
oorzaak van nosocomiale diarree in gezondheidsinstellingen. 3% van de
volwassen populatie is een gezonde, asymptomatische drager van C.
difficile. De belangrijkste uitlokkende factor voor het ontwikkelen
van symptomen is de toediening van antibiotica. Deze verstoren de
intestinale flora. De infectie kan zich dus ontwikkelen bij dragers
onder antibiotherapie of bij personen die tijdens de antibiotherapie
besmet worden met de bacterie. Het is immers aangetoond dat een patiënt
die diarree ontwikkelt in het ziekenhuis gemakkelijk zijn omgeving
besmet. Bovendien kunnen de sporen van Clostridium difficile zeer
lang overleven in de buitenwereld en zijn zij zeer moeilijk uit te
roeien. De verspreiding van de sporen en hun voortbestaan in de omgeving
liggen aan de basis van ziekenhuisepidemieën.
In 2004 stelden verschillende Canadese publicaties een zeer belangrijke en significante verhoging vast van de incidentie van CDAD in ziekenhuizen tijdens de voorgaande twee jaren. Bovendien was de ernst van de gevallen in belangrijke mate toegenomen, met een verhoogde mortaliteit tot gevolg, vooral bij bejaarde patiënten. De stammen die geïsoleerd werden tijdens de epidemieën in Canada behoorden voornamelijk tot het toxinotype III (of ribotype 027). Zij produceerden hogere hoeveelheden toxines dan gewoonlijk. Bovendien produceerden zij een derde toxine (het binaire toxine) en waren ze resistent aan talrijke antibiotica, waaronder de fluoroquinolones. Tijdens de zomer van 2005 werd een hypervirulente stam van Clostridium difficile geïsoleerd tijdens een epidemie in Engeland en daarna ook in Nederland. Deze stam was gelijkend aan deze gevonden in Canada. In september 2005 werd deze stam voor de eerste maal beschreven in België, en recent ook in Frankrijk. Tot april 2006 werd in België het type 027 geïdentificeerd als oorzakelijke stam van epidemieën in een totaal van 8 ziekenhuizen. Het bestaan van deze epidemische stam, alsook het groeiende aantal personen die risicofactoren vertonen (leeftijd, immunodepressie,…), dragen bij tot de verhoging van de incidentie van CDAD. |
Bron:
Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid - Afdeling Epidemiologie 2007
Nationale Surveillance van Ziekenhuisinfecties
Sepsis, severe sepsis, septische shock...
